Zomer-mijmering: ‘Geniet het goede’

Zomer-mijmering: ‘Geniet het goede’

Ik ben kriebelig kritisch op de maatschappelijke fenomenen als YOLO (You only Live Once) en FOMO (Fear of Missing Out). Hoè kunnen we goed leven zonder bucketlist, met een open blik, bereid om al wat ons toekomt te omarmen?


Op veel wat gebeurt hebben we geen invloed maar wel in hoe we met elkaar omgaan. Hoe kunnen wij in een sterk geseculariseerde wereld die zwaar onder druk staat toch ‘zin’ vinden? Voor mijn gevoel kan dit niet anders dan in en door de ontmoeting ofwel de verbinding met de ander. En tegelijk in het kunnen loslaten van concrete, verstikkende door de maatschappij opgelegde verwachtingen. Er is veel naïef engagement dat weinig nagedacht heeft en de waan van de dag achternaloopt.

Hoe zei Levinas dat ook alweer? ‘God zien in het gelaat van de ander’. Eerst is er de ander en dan ben ik er. Hoe belangrijk is het om gewoon ‘tijd’ te nemen voor elkaar?! In verbondenheid, rustig samen te zijn, ‘bakje koffie erbij’ en te delen in wel en wee voorbij het weten en de actie.

Ook bidden is wachten. Het is tijd nemen, uit de directe actie stappen. Let wel: dan heb ik het niet over bidden om iets te bereiken of te verkrijgen. Maar dan gaat het over bidden van spirituele aard: contact maken met het Zijn zelf, met het goddelijke en wat bij God hoort, met wat niet direct functioneel is. Kunnen verwijlen, mijmeren: tijd nemen om te denken voorbij het weten, het niet-weten, de aanvaarding van het G(g)eheim(enis) van het leven.

De kansen van de hoop worden ontdekt in de verbinding met elkaar. Dat dreigt naar de achtergrond te verhuizen door het individuele, dat bovendien misschien bij gebrek aan beter, erg materieel wordt ingevuld. De beleving krijgt een kans in het afstand nemen van het onnadenkende consumeren en het dwingende ‘moeten’. Gewoon een toevallige ontmoeting en gesprekje op straat, onderweg, in de winkel of waar ook maar kan je hele dag in een ander l(L)icht zetten.

Een journalist gaat mij een dezer dagen vragen naar het belang van ‘thuis’. In die vraag zit denkt ik de fundamentele existentiële uitdaging waar wij als mens voor staan. Beschutting en geborgenheid vinden in een wereld op drift. Een veranderlijke, complexe wereld waarin oude zekerheden niet meer opgaan en de toekomst ongewis is. Waarin we door het hier en nu moeten navigeren en tegelijkertijd voorop moeten lopen richting de toekomst. Een enorme uitdaging. Enerzijds spannend en beloftevol en tegelijk een groot gewicht voor onze smalle schouders alleen. Stel je voor er is onvoorwaardelijk vertrouwen en geborgenheid: we zijn elkaars ‘onderdak’, elkaars thuis. Dat kan alleen als je zelf geborgenheid, een thuis in deze wereld hebt gevonden.

En dát heeft te maken met geloven en vertrouwen. Hoe doe je dat? Als mens? Geloven. Geloven in het Goede. We moeten soms die stap opnieuw maken en zelfs blijven oefenen, dwalen door onze eigen twijfels cynisme, angsten en machteloosheid heen – durven geloven in het Goede. Terwijl we niet weten hoe dat Goede eruit zal zien maar wél dat het Goede te maken heeft met het goede leven voor ál wat leeft. Die beweging richting het Goede heeft mensenhanden nodig. Mensenharten. Mensendurf. Mensenlef. Mensentrouw en -commitment. Soms tegen de stroom in.

En ook mensen vertrouwen, hoe moeilijk dat misschien soms ook kan zijn. We hebben nu eenmaal te maken met een wereld waarin we eerder op angst en wantrouwen worden aangesproken dan op onze openheid en hoop. Waar we eerder worden verleid om voor korte termijn comfort te kiezen dan ons te richten op wat duurzaam is en toekomst brengt.
Dat betekent dus dat, als je gelooft in het Goede, dat er allang is, en mee durft te bewegen, dat je je medespelers vanzelf tegen zal komen. Als je zelf een stap zet richting de toekomst en in beweging komt dan kom je vanzelf goeds tegen. Dat heeft alles met Pinksteren en het komende jaarthema te maken: Kom in beweging, verbind je met anderen en je wordt bewogen. Hoè, dat weet je nog niet, daar dat zul je dan wel zien. Eerst geloven en dan zien.
Geloven in het Goede, dat bij God hoort, betekent ook vertrouwen. Vertrouwen op wie je al bent. Vertrouwen op wie je worden kan, steeds opnieuw. Vertrouwen dat het uitmaakt wat je doet, wat je laat. Dat je niet een druppel op de gloeiende plaat bent, maar de druppel die de emmer doet overlopen. En dat je aan een ander precies dat vertrouwen doorgeeft.

Een ‘thuis’ te zijn voor jezelf en bij elkaar thuis kunnen komen dat begint dus heel dichtbij. Het begin van het verhaal van de wereld waarin iedereen zich thuis mag voelen. ‘Over het goede genieten’ (Prediker 3: 15 vv) gesproken. Begin maar klein. Het is zomer!

ds. Mathilde de Graaff
 
terug