Bijbellezen: Genesis 45, 46 en 47 Vader Jakob

Bijbellezen: Genesis 45, 46 en 47 Vader Jakob
Jakob wil graag naar Egypte. Toen zijn zonen vertelden dat Jozef nog leefde kon hij het niet geloven. Destijds had Jakob de leugen over de dood van Jozef geloofd. Nu zijn zonen de waarheid spreken, kan hij het moeilijk geloven. Ze vertellen allemaal een deel van het verhaal. De één heeft het over de mooie kleren. De ander heeft het over de geschenken en het vele graan wat ze hebben gekregen en de uitnodiging om in Egypte te komen wonen. Israël zegt: Jozef leeft, dus voordat ik sterf wil ik hem zien. Vreemd dat hier Israël staat en niet Jakob. Door de hereniging met Jozef is er weer toekomst voor heel Israël. Voor alle twaalf zonen. En als je denkt dat je een oude boom niet moet verplaatsen, dan heb je het mis. Jakob heeft van zijn (voor)vaderen, Abraham en Izaak, geleerd dat je altijd reisvaardig moet zijn. Eens brengt God je thuis. Dus ze vertrekken richting Egypte en Jozef rijdt zijn vader tegemoet. Het weerzien is emotioneel. En als je denkt dat hiermee het verhaal is afgelopen, lezen we nog dat Jakob en de Farao elkaar ontmoeten. Jakob mag op een persoonlijke audiëntie komen. Wat zal Jakob onder de indruk zijn geweest van alle bezittingen van de Farao en zijn status. De Farao heeft veel wat Israël niet heeft. Maar Israël heeft iets wat de Farao niet heeft en Jakob treedt naar voren en heft zijn handen op en geeft de Farao iets heiligs, iets eeuwigs iets van de Heer die ons aller herder is: de zegen; ‘De Heer zegene en behoede u ….. 

Janetta Wanders: mw.wanders@gmail.com
Reageren? Ja graag

Zolang we vacant zijn bestaat de overdenking om de week uit een bijbel lezing met een uitleg op basis van ‘Het verhaal gaat’ van Nico ter Linde