Aan de poets
Aan de poets
‘Hoeveel tijd heb je dan wel? Een uur, anderhalf uur, twee uur… je kunt vast wel ergens op die dag en alleen als je niet in de stad bent heb je een excuus!’ Daar was geen praten tegen en zo was tijdens de koffie de poetsdag ook alweer geregeld. Eén mevrouw hoorde ik zeggen: ‘Vroeger deed ik altijd mee maar nu heb ik er de energie niet meer voor.’ Waarop die aanhoudster alweer heel ad rem zei: ‘Nou we hebben ook nog iemand nodig om koffie en thee te zetten, om cake te bakken, om af te wassen of om er gezellig en ter motivatie bij te komen zitten. Gewoon komen joh en ik haal je wel.’ Op de avond voorafgaande werden de vele kroonluchters eerst door de kerkrentmeesters van het plafond gehaald. Op de poetsdag werden ze vervolgens met velen in de koperpoets gezet en glimmend en wel opgepoetst. Een klus die nou een keer geklaard moet worden. De één kon er wat langer bij zijn dan de ander maar met velen was het gewoon supergezellig en dat op een gewone doordeweekse dag. En tijdens het poetsen werd er van alles en nog wat aan lief en leed gedeeld. De kroonluchters zijn gepoetst, maar het gemeente zijn heeft er ook weer nieuwe glans van gekregen. Het is maar hoe je het bekijkt en vooral wàt je ervan maakt. Zo is het met alles! Aan de slag waar ook maar!
(‘Gejut’ column die verschijnt geanonimiseerd in het Ouderlingenblad mei-nummer door Mathilde de Graaff)
|