Bijbellezen: Hasselelponi

Bijbellezen: Hasselelponi
Wie kent haar niet? Wie? Hasselelponi! Ik denk dat de meesten van jullie nog nooit van haar hebben gehoord. Dat is niet zo vreemd, ze speelt namelijk geen énkele rol in wélk Bijbelverhaal dan ook. Zij komt enkel voor in een van de vele geslachtsregisters die de bijbel telt. Bij ons thuis werd vroeger aan tafel de bijbel van voor naar achter gelezen. Als de laatste bladzijde van de Openbaring van Johannes was gelezen, begon mijn vader weer van voren af aan. Alles werd gelezen, behalve de geslachtregisters. “Laten we dat maar overslaan,” zei mijn moeder dan. Tja, al die namen, wat moet je daar nou mee? Nietszeggend! En het zijn ook nog eens allemaal mannen. Maar in één van de geslachtregisters van Kronieken staat ineens: ‘En hun zuster was Hasselelponi.’ Even licht haar naam op, even is zij daar, daarna verdwijnt zij weer, voorgoed.

Wie was zij? Om eerlijk te zijn: niemand weet het en niemand zal het ooit weten. Niets is van haar over, enkel haar naam. Het is alsof je een wandeling maakt op een kerkhof in een vreemde plaats. Je leest de namen op de stenen, maar je hebt geen idee wie zij waren. Soms grijpt een steen je aan om wat er op staat of omdat het van een kind is. Maar voor de rest zijn het onbekende mensen. Zo gaat het straks ook met ons. Een tijd lang zullen we nog herinnerd worden, maar met het verstrijken van de tijd verdwijnen we in de mist van het verleden. In de geschiedenisboeken komen enkel de ‘grote’ namen terecht. Zij worden op die manier aan de vergetelheid onttrokken. Maar wat zegt dat? Ken je die persoon dan? Of is die persoon enkel een symbool van een bepaalde ontwikkeling? Mensen komen en mensen gaan. We zijn als een bloem in het gras, maar eens komt de wind en niemand kent nog haar plaats. Na eeuwen zijn we onbekenden, net als Hasselelponi.

Maar God heeft haar niet vergeten. Haar naam staat in de Bijbel, in Gods eigen boek. God vindt haar zo belangrijk dat hij haar naam heeft opgenomen in zijn Woord. Mensen vinden haar niet belangrijk. Zodra wij bij de geslachtregisters in de Bijbel aankomen, slaan we die over. Die lezen we niet. God slaat haar niet over. Hij zette haar naam in Zijn boek. Deze namen zijn geschreven in het boek dat Hij ons gegeven heeft, zodat we zouden leren wie Hij is: Hij herinnert zich de namen van al die mensen die heengingen in de nevels van de geschiedenis. Hij herinnert zich de mensen, herinnert straks ook ons. Als alle mensen al lang jouw naam zijn vergeten en die zelfs nergens ter wereld meer geschreven staat, ook niet op een grafsteen, dan staat jouw naam nog in Gods boek. Hasselelponi heeft haar laatste rustplaats gevonden in de Bijbel. We zullen nooit weten wie zij was. Dat weet God, die de bron van leven is en de gedachtenis der namen.

ds. Jelle Vonk (jjvonk@hetnet.nl)
 
terug