Bijbellezen: genees de kerk met humor

Bijbellezen: genees de kerk met humor

Arnon Grunberg (schrijver) loopt twee weken stage op het partijkantoor van SGP en schrijft daarover in Trouw. Het valt hem op hoeveel humor de mannenbroeders hebben. Eén van medewerkers vertrouwt hem toe dat de SGP vroeger naast een linkse partij in de Tweede Kamer zat en dat er bij die partij niet of nauwelijks werd gelachen. Logisch, zei hij, als je de wereld wilt redden, word je niet vrolijk, want de wereld wordt er niet beter op. Een mooi humoristisch understatement. Het stemde mij tot nadenken. Immers, in de kerk voelen we ook een zekere urgentie om de kerk te redden (én de wereld doen we er ook nog even bij). Geloven is een ernstige zaak! Daar valt niet mee te spotten. Maar hoe zit het met humor? Kunnen we ook eens onbedaarlijk lachen om ons geploeter en gezwoeg? Ik vind dat de kerkenraad daarin een goed voorbeeld geeft. Met de nodige humor ondersteunen we elkaar en maken we zware zaken licht. Misschien zou dat op nummer één moeten staan in ons beleid: we zijn een humoristische kerk! Geloven geeft vreugde en wij schenken elkaar die vreugde. We nemen ons geloof ernstig met een korrel zout. Want dat zijn we: het zout der aarde. Toch? 

Er staan verhalen in de Bijbel waarbij ik een lach niet kan onderdrukken. Neem het verhaal over de genezing van Naäman. Een lang, maar ontzaglijk leuk en kostelijk verhaal! Een verhaal waarmee het geloof wordt beleden en verdiept. Je vindt het in 2 Koningen 5, 1 - 27. Naäman is een groot officier, zo eentje die krom loopt van de medailles, verkregen door de vele overwinningen, behaald op het slagveld. Hij geniet groot aanzien in zijn land en bij de koning. Maar hoe groot en sterk hij ook mag zijn, tegenover een huidziekte is hij machteloos. Via een slavinnetje krijgt hij te horen dat er in Israël een profeet (Elisa) is die hem kan verlossen van zijn kwaal. Hij krijgt ziekteverlof en vertrekt met een groep militairen en een enorme schat, niet naar de profeet, maar naar de koning van Israël. Hij overhandigt de koning een brief. Maar in deze brief wordt met geen woord gerept over de profeet van God! Nadat de koning de brief gelezen heeft, roept hij uit: Wat denkt de koning van Aram wel? Dat ik God almachtig ben??? Ja, dat denken koningen, potentaten, dictators, geweldenaars. Machtig als God. Beschikkend over leven en dood. Dan stuurt de profeet een bericht: stuur hem maar naar mij! Die opmerking bijt. Het stelt de vraag: wie heeft het voor het zeggen? Een koning of de boodschap(per) van God? In ieder geval, het hele gezelschap, inclusief die immense schat komt bij het huis van de profeet. Maar, o ironie, Elisa komt niet zelf naar buiten. Hij stuurt slechts zijn dienaar. Ach, kijk toch eens naar de reactie van de grote generaal! Onze held voelt zich vernederd. Hij, de grote Naäman, wordt afgescheept met een knechtje. Wie denkt die boerenhufter van een Elisa wel niet dat hij is! Woest is hij, witheet! Hij wil met schat en al terugkeren naar huis. Eén van zijn militairen echter, weet hem om te praten en uiteindelijk maakt onze generaal zijn gang naar Canossa. Maar hoe vernederend deze gang mag lijken, Naäman doet het uiteindelijk om een nieuw leven te beginnen. Hij, slijk der aarde, moet zich gaan baden of beter: dopen in een moddersloot. Wat een wonder: zelfs deze opgeblazen patjepeeër, zelfs zo iemand wordt genezen en gered! En wat is Naäman blij en vooral dankbaar als hij merkt dat hij genezen is! Die dankbaarheid wil hij tonen door het aanbieden van die enorme schat die hij had meegenomen. Dat doen we denk ik allemaal graag: onze dankbaarheid betonen door het geven van cadeaus. Maar God geef je geen cadeaus. Je geeft God gehoorzaamheid. Je gaat je houden aan zijn Thora, de wegwijzers, de richtaanwijzers in en van het leven. Elisa weigert de schat. Geef aan de keizer wat des keizer is, heeft Jezus gezegd, en geef God wat God toebehoord. We geven liever dan dat we ontvangen, want ontvangen is moeilijk. Stel je voor dat je je leven uit Gods hand ontvangt, dat je geholpen bent. Geholpen worden is fijn, maar ook ongemakkelijk. Met een tegengift brengen we dat ongemakkelijke gevoel weer in evenwicht. Elisa wil die schat niet, zijn schat is in God. Hij zegt enkel: Ga in vrede. En dat zegt hij tegen een oorlogszuchtige generaal!!!!! Ha, ha, ha! Prachtig, zo wordt Naäman op zijn nummer én op een nieuwe weg gezet. In vrede gaan is: wandelen op des Heren wegen. Volg Thora, sla de richting in van Gods geboden. Ga in vrede, ga met God en Hij zal met je zijn. Zo lees ik dit verhaal. Met een grote glimlach. O ja, ik kan er nog veel meer over zeggen, maar ik ben bang dat het artikel dan te lang wordt en niemand het gaat lezen. Dus, lees het verhaal zelf ook maar eens. Ik hoop dat jullie de ernst en de humor er van inzien! Maar onthoud één ding: humor is een goed medicijn, het kan een mensenleven redden. Vraag dat maar aan Naäman. En de kerk dan?
ds Jelle Vonk   

 

terug